Inanna

de godin als bron
veelkleurige activiteiten door
Veronica Veen






wetenschappelijk onderzoek





Anders dan bij de meeste vergelijkbare stichtingen of clubjes zijn de activiteiten van Inanna gebaseerd op veelzijdig zelfstandig onderzoek. Dat heeft hoofd-zakelijk te maken met de onwil van de centrale figuur binnen de stichting, Veronica Veen, om bestaande literatuur na te praten of regelrecht te plagiëren, zoals we dat verder in dit veld zo vaak zien. Bovendien is zij graag multidisciplinair en zonodig interdisciplinair bezig.


Het wortelt al in haar studietijd: binnen de afgeronde 'studie kunstgeschiedenis koos zij voor de weerbarstige hulpwetenschap ikonologie, de leer van betekenissen. Haar toenmalig instituut, dat in Utrecht, had op dat gebied een grote naam. Maar voor haar afstuderen volgde zij ook een doctoraalwerkgroep in het historisch-maatschappelijk georiënteerde Amsterdam. Al eerder, om haar kunstgeschiedenisbeoefening beter te kunnen 'gronden' (zij is uiteindelijk een bèta), ontwikkelde zij een passie voor filosofie. Van grote invloed waren de collegeseries wetenschapsfilosofie, die zij in Utrecht opzette. Ook was zij de ziel van een interuniversitair congres over methodenstrijd.


Zij was ook een van de eersten die eind jaren zeventig het feminisme binnen de kunstgeschiedenis-beoefening trok en naast de studie actief was in de vrouwenkunstbeweging. Aan het eind van de studie kunstgeschiedenis, moe als zij was van het patriarchaal-westerse kunstbegrip, wierp zij zich op textiele werkvormen "om de vrouwencreativiteit aan den lijve te ervaren".


Ver van al tevreden te zijn met het kunsthistorische 'pakket', hoe mooi Opgeluisterd ook (zij had er links en rechts alle mogelijke vakken bijgedaan), pakte zij een tweede studie aan, culturele antropologie, aan de UvA. Hiermee kon zij grip krijgen op niet-westerse culturen en vond ook de methoden om volkskunst en volkscultuur, zoals van Marken, met succes te bestuderen. Al gauw manoeuvreerde zij binnen dit vak richting symbolische antropologie, waardoor het symbolische systeem van culturen en hun rituele praktijk konden worden 'gekraakt'.


Aldus toegerust begon zij een lang veldwerk op Malta, waar zij de verteltraditie van vrouwen onderzocht in relatie tot de (daar nogal spectaculaire) prehistorie. Steeds meer betrok zij daar (via mij als archeoloog) de archeologie bij en op het laatst was zij een gevreesd kampioene van bedreigde neolithische plekken. In een aantal kleinere publicaties schreef zij hier substanti‘le dingen over. Het veldwerk resulteerde overigens in drie boeken, waarvan één (over een herontdekte cultuur) samen met mij.


Eerder had zij in Kreta het vrouwelijk karakter van de paleiscultuur onderzocht, later zou zij op Cyprus en op Lesbos vergelijkbare waarnemingen doen. Ook maakte zij intensief kennis met de beroemde godin-plekken in Anatolië, Catal Huyük en Hacilar. Door Roemenië maakte zij een lange rondreis langs archeologische instituten en opgravingen om vat te krijgen op de godinculturen van het Oude Europa. Hetzelfde deed ze in Bretagne, Engeland, Ierland en natuurlijk in Drenthe en verwante gebieden in Duitsland.
Zij was overigens degene die de term godin-culturen introduceerde (toen nog als 'godinne-culturen').


Vanaf het begin probeerde zij vanuit een spirituele houding onderzoek te doen en voegde ook creatieve elementen toe in de eindresultaten: een - nog steeds controleerbare - vervlechting van wetenschap, spiritualiteit en kunst. Wanneer nodig betrok zij ook andere specialisten bij projecten. Deze openheid, veelzijdigheid en ervarenheid bepalen haar unieke en onafhankelijke positie als wetenschapster.



Ad van der Blom


© 2006




...


...






afbeelding